Menu:


Reacties

Nieuwsmail

Categorieën

Recente berichten

Zoeken

Wat de evangelische beweging kan leren van…

Otto de Bruijne komt in zijn boek “ooit evangelisch” tot de belangrijke conclusie dat het activisme in de evangelische beweging vaak een reden is om uiteindelijk de achterdeur te zoeken en stilletjes uit de evangelische beweging te vertrekken. Ik herken dat helemaal. Als voorganger van een groeiende evangelische gemeente zie ik dat gebeuren. Dat heeft een aantal redenen denk ik…

Weinig evangelische gemeenten hebben de beschikking over een eigen gebouw. Het activisme begint dus op zondagmorgen om een zaal om te turnen tot kerkzaal. Vroeger ging je naar de kerk die er gewoon stond, nu moet je die kerk eerst tevoorschijn toveren uit een sporthal, kantine of aula.

Evangelischen hebben vaak een enorme drive om het verschil te maken. Ze bedenken van alles om de boodschap van Christus uit te dragen maar vergeten daardoor soms dat ze net als ieder ander normaal mens kracht moeten opdoen in de rust. In de kerkdiensten is dat niet altijd te vinden. Staan-zitten-staan-zitten-luisteren-staan-zitten-zegen-koffie-weg.

licht

Daarnaast zit het activisme in de theologische genen van evangelischen. De maakbaarheid van het eigen geloof is veel groter dan in andere kerkelijke stromingen. “Je moet er wat voor doen” is het idee.

Als je God niet altijd of niet voldoende ervaart in je leven dan moet je:

  1. beter je best doen (meer tijd, energie etc.).
  2. meer informatie tot je nemen (boeken, seminars, weekenden, podcasts etc.).
  3. je afvragen of er geen zonden in je leven zijn waardoor je je rot zoekt om “het lek” boven te krijgen.

Een tikkeltje gechargeerd, maar toch: activisme all the way! Om dodelijk vermoeid van te worden. Het is dus niet zo vreemd dat mensen van de weeromstuit hun rust zoeken in meer contemplatieve kerkvormen.

Dat herken ik ook. Niet het zoveelste “7 stappen boek” lezen maar stil worden en plaatsnemen in een speciaal daarvoor ingerichte kapel om jezelf kwijt te raken en God te ontmoeten. Dat is het mooie van bijvoorbeeld de Rooms-katholieke traditie. De liturgie staat daar gewoon vast. Als priester hoef je niet te produceren of altijd maar creatief te zijn, maar mag je gewoonweg “zijn”.

Daar is in onze jachtige tijd veel behoefte aan: er gewoon mogen zijn. God ontmoeten zonder daar eerst een gebouw voor om te hoeven bouwen, een serie seminars te volgen of je geloofsleven gescand te hebben. Komen zoals je bent om te luisteren naar de woorden van God.

Zoals de priester beweegt in het liturgische ritme, zo beweegt de monnik zich in het ritme van de gebedstijden. Denk maar niet dat hij daarbij zelf moet produceren. Niets daarvan! Zelfs de woorden die hij daarbij uitspreekt zijn niet zijn eigen geproduceerde woorden, maar de woorden van God zelf die door de mens over zijn lippen wordt uitgesproken tot heling van zijn ziel.

Ik vraag me af of we naar dat ‘monastieke ritme’ terug kunnen keren. Gewoon in de plaats waar je woont. Drie of vier gebedstijden om in mee te bewegen. Om van daaruit weer de beweging in de maatschappij te maken.

Als er iets is waar mensen vandaag de dag behoefte aan hebben is het een plek om te mogen zijn. Gewenst, geliefd en klaar om veranderd te worden door God zelf. Om elkaar te ontmoeten in een door kaarslicht verlichte kapel waar iemand een gebedenboek opslaat waarvan de woorden ons gevoel verwoorden.

Als je mij vraagt waarom ik geloof dat juist de neo-monastieke beweging een vernieuwing in de kerk kan bewerkstelligen dan antwoord ik dat het te maken heeft met ritme. Het loslaten van het jachtige en ongezonde ritme van onze cultuur en het vastklampen van het ritme van God. Het ritme van de eeuwen.

Reacties

Reactie van Jos Strengholt | 24 april 2009

Voor je info, over een week of zo open ik een website met de monastieke morgen- middag- en avondgebeden van de Northumbria Community – een gezelschap christenen die niet in kloosters wonen maar wel de getijden in hun gebeden aanhouden. Keltische gebeden. Kom daar na 1 mei eens kijken: http://www.keltischegebeden.nl

Reactie van Jan | 24 april 2009

Dag Jos

Ik behoor zelf al een aantal jaren tot de NC en gebruik Çeltic Daily Prayer op dagelijkse basis, maar bedankt voor de tip.

Reactie van Eveline | 24 april 2009

Wat zou het doen / teweeg brengen als je die ritmes niet in je uppie zou volgen, maar een centrale plek (kapel) in de wijk creeert die daarvoor kan dienen? Is dat haalbaar? Iemand die daar ervaring mee heeft?

Zou dat niet een leuke tussenvorm zijn als een new monastische woonvorm te hoog gegrepen is?

Vwb het activisme in de evangelische kerk, daar zie ik mezelf wel in terug. Het was voor ons een reden om eens een tijdje niet naar de kerk te gaan. Het activisme in de kerk betekende voor ons 5 dagen in de week druk met van alles en nog wat. Tot op het punt dat we NUL niet-christelijke vrienden hadden.

Nu verlangen we inderdaad naar het aanbrengen van ritmes in ons leven en het vinden van rust en bezinning. Het ontbreekt ons alleen zo vaak aan discipline. Het mooie van communal prayertimes lijkt mij dat commitment hieraan je dwingt om de ritmes te gaan volgen.

Maar ja… misschien tijd om wat dromen te verwezenlijken..

Schrijf een reactie