Karakterisering emerging church
Robert Doornenbal (docent CHE) is bezig met een promotie-onderzoek aan de VU (praktische theologie) over de emerging church. Het afgelopen jaar heeft hij gewerkt aan de opzet van z’n onderzoek en aan het inleidende hoofdstuk van z’n proefschrift.
Robert heeft onder andere geworsteld met de definitie van emerging church; Waar volgens sommigen het onmogelijk of zelfs ongewenst is om de emerging church te vangen in een definitie heeft Robert de moeite genomen om een serieuze poging te wagen.
Zijn vraag aan iedere emerger is: “Lijkt dit ergens op? Herkennen jullie hierin iets van jezelf?”
Lees hier het artikel (Word-document), commentaar kun je in de comments kwijt of via contact.
Publicaties | 15 oktober 2008 | Nico-Dirk van Loo | Reacties: 21
Reacties
Vrij volledig. Tenzij ik erover gelezen heb lijkt me dat er een woord moet geschreven worden over de ‘nieuwe media’ (internet, blog,…). Het ’succes’ van de EC is niet te verklaren zonder de nieuwe media. Het is een globaal gesprek geworden op vrij korte tijd.
Helder, volledig (ik weet niks te noemen wat ik miste, naast inderdaad de nieuwe media), en inspirerend. Goed om te lezen wat-we-ook-al-weer-waren. Ik ga hier nog verder op doorkauwen.
Ik herken me btw het meeste in de reconstructionisten.
Hulde, Robert. In aansluiting om de eerdere reacties, behoorlijk volledig, maar ik heb wel wat op en aanmerkingen.
- Emerging Church is vooral er “onaf”. Het is een reactionaire beweging (geweest), ontwikkelt allerlei experimentele vormen van kerk-zijn, is op zoek naar theologische bronnen en voert continu conversaties. Het is dus erg “onaf”. Dat moet ook wel gezien de veranderingen in de cultuur. Het zou vreemd zijn als er een EC is die zegt alles te weten of een model-EC te zijn…
- Ik vind je indeling van Ed Stetzer niet altijd even goed bruikbaar. zie mijn oude blog bijdrage: http://jjterbeek.emergingchurches.nl/15499/
Veel EC-ers komen tot bepaalde theologische inzichten omdat ze op een andere manier tegen de bijbel aan zijn gaan kijken. Via Kritisch Realisme, Narratieve theologie of ze zijn een vorm van Preterisme aan gaan hangen. Omdat deze hermeneutiek zo anders is dan die van de Reformatorische tegenhangers is het schema van stetzer niet hanteerbaar.
Ik zou zeggen: Gooi stetzer overboord en zoek naar indelingen die niet zijn geschreven van reformatorische schriftbeginselen.
- ik mis de discussie over koninkrijk, kerk en politiek. In de postmoderne theologie, ethiek en ecclesiologie kom ik schrijvers als Hauerwas, Yoder en O’Donnovan tegen. De verhouding tussen koninkrijk, kerk en politiek is een hot issue. De meeste EC-ers weten dat zelf niet eens, maar ze zijn er wel mee bezig. Het komt tot uiting in holistische opvattingen etc.
- ik mis het punt van discussie: wat is kerk? en dan vooral richting politiek en maatschappij: is de kerk een eenvoudige leefgemeenschap? Is zij een machtfactor? Moet ze zich afzonderen of juist profetisch opstellen tegenover de politiek? Ook hier dezelfde namen: Hauerwas, Yoder en O’Donnovan. In mindere mate Wright en Murray. Meer reformatorische EC neigen richting politieke betrokkenheid in een of andere vorm. Meer ana-baptische EC-ers richting leefgemeenschappen etc.
- Daardoor mis ik ook de invalshoek van new-monasticism en leefgemeenschappen.
- punt e. contextueel relevant is nog maar de vraag: cultuurkritisch zou ook zomaar kunnen…
- ik mis de nieuwe diversiteit: het grote probleem is het woord “church” in “Emerging Church”. Wat is kerk? Is een groep als Time to Turn die zich bezighouden met actie voor sociale gerechtigheid op grond van het evangelie van Gods Koninkrijk en bezig zijn met het vormen van leefgemeenschappen ook een Emerging Church? Misschien zeggen ze het zelf niet, maar het is onmiskenbaar hetzelfde. De enorme diversiteit is mooi: er gebeurt van alles onder de radar, vanuit verschillende aanvliegroutes, maar als je goed kijkt… het is ongeveer hetzelfde…
- Ik zie verschrikkelijk veel potentiele emergers die misschien nooit emerger zullen worden. Enorm veel kerkverlaters, critici, mensen met andere ethische leefstandaard of juist onder-uitgedaagden zouden bij nadere kennismaking zomaar een EC kunnen zijn. NL zit er momenteel barstensvol van!!!
- Mijn punt zou dan zijn: EC zijn hedendaagse verhalenvertellers die zich identificeren met het verhaal van Jezus en zijn koninkrijk. Deze verhalenvertellers leven in hun verhaal, vieren hun verhaal en zoeken naar mensen die dit ook willen meemaken of nodig hebben. Ze willen dienen, en zichzelf geven in de hoop van de opstanding en de herschepping van alle dingen.
@Filip, Gijs
Op de eerste pagina van het artikel staat onder 21e eeuws: “Men ontmoet elkaar via internet chatrooms, websites en blogs….”
Dus volgens mij is dit wel in het artikel vervat.
Ik vind het artikel heel helder en volgens mij vrij compleet.
Beste mensen,
Dank voor jullie reacties, jullie zijn erg aardig voor me :-). Erg leuk vond ik dat het artikeltje hielp bij het scherp krijgen “wat-we-ook-al-weer-waren”!
Johan’s aanvullingen neem ik graag mee voor een uitgebreider stuk. Inderdaad is de vraag naar de relatie tussen kerk (en: wat is de kerk?) & ‘wereld’ (politiek, cultuur e.d.) heel belangrijk. En tja, deze vraag zal verschillend worden beantwoord binnen de ECB, maar diversiteit/pluraliteit hoort er bij, niet?
Verder ben ik benieuwd of jullie, net als Johan, ” verschrikkelijk veel potentiele emergers” zien. Zo ja, wat zijn hun kenmerken?
Andere vraag: Tom Sine onderscheidt de “emergers” van de “missionals” (en van de “new monasticism”). Terwijl ik de “missionals” (lees: reconstructionisten zoals Hirsch et al) zie als deel van de EB. Wat vinden jullie? En op grond waarvan?
Ik zou ‘emergers’ en ‘missionals’ zien als twee stromingen van Gods werk in onze tijd. Ze liggen nogal dicht bij elkaar en zijn soms zelfs amper te scheiden. Johan verwoord in zijn boek een criterium om onderscheid te maken, namelijk het gebruik van ‘het nieuwe theologische gedachtengoed’. Waaronder dan vooral de Third quest en NPP vallen. In theorie zou dat mooi werken maar in de praktijk zie ik dat verschil nog niet zo. Misschien is het in nederland nog niet genoeg uitgekristalliseerd om deze twee stromingen van elkaar te onderscheiden. En wat mij betreft mogen we dat zo houden! Dus ja, dan vallen ‘missionals’ onder EB en EB onder de term ‘missionair’.
Dat wordt voor mij ook DE vraag aan Tom Sine: zijn de nieuwe samenzweerders inderdaad zo in te delen?
Persoonlijk vind ik missionair niet zo “nieuw”. Er is al veel lang sprake van een vorm van missionair zijn. Ik ben vooral benieuwd naar wat de missie dan is…
Emerging, Monastic en Mosaic vind ik erg dicht bij elkaar liggen. Zelf zou ik graag zien dat wij in ons “emerging church-je” meer multiculti en monastic zouden zijn. Ik ben daar sterk voorstander van!
Ik zie veel potentiele emergers vanwege vragen die gesteld worden in evangelisch orthodoxe kring. Veel mensen knappen af op “oude antwoorden” en dreigen buiten de boot te vallen. Iets Emerging-achtigs zou een nieuwe uitdaging voor deze mensen kunnen zijn…
Hier kwam een discussie op gang over het letterlijk nemen van de bijbel, wat niet direct aansloot op de vraag van Robert. Die discussie is verplaatst naar een ander nieuwsbericht. Zie http://www.emergingnetwerk.nl/?p=136
Gelieve hier op de vraag van Robert te reageren of hij de emerging church goed gekarakteriseerd heeft.
Ben het ongeveer met MB eens. Ik denk (hoop) dat emerging en missional in Nederland zo wederzijds bevrucht zijn, dat ze één beweging vormen. Tom Sine is erg onduidelijk over de scheiding tussen beiden: zijn Alan Hirsch en Mike Frost nu emerging of missional? Deels geldt hetzelfde voor simple church (aka Floyd McClung-fanclub), dat misschien theologisch en cultureel niet zo ’sophisticated’ is, maar er erg dicht bij zit. Voor sommigen is de scheiding tussen emerging en missional wel belangrijk, ik heb nu niet de mogelijkheid het op te zoeken, maar volgens mij geldt dit voor RobbyMac (www.robbymac.org) en zijn “CharisMissional” vrinden en “friends of missional”. Dit heeft vooral te maken met enge liberale theologie.
Multiculti en monastisch komen in Johans droomwereld misschien wel overeen met emerging, maar zijn in de praktijk wel duidelijk te onderscheiden. Eventueel als substroming van wat wij in Nederland ‘emerging’ noemen (Tom Sine heeft een veel nauwere definitie!), maar wel duidelijk te onderscheiden. Als je kerk alleen maar uit blanken bestaat je niet mozaïsch. Woon je niet in een leefgemeenschap ben je niet monastisch.
Ik denk dat de kerk stikt van de “potentiele emergers”. Ze zijn imo te herkennen aan ‘cognitieve dissonantie’ ofwel tussen de kerk & theologie en Jezus, ofwel tussen de kerk & theologie en de cultuur. Ik ben zelf op het emerging spoor gezet doordat ik achtervolgd werd door vragen als “Waarom is Jezus zo boeiend en de kerk zo suf?” en “Waarom is Jezus progressief en laat hij veel stof opwaaien, en is de kerk conservatief en irrelevant?” Of: “Waarom staan christenen bekend om geen-seks-voor-het-huwelijk en SGP-politiek, en niet om liefde en genade?” Door dit soort vragen kon ik niet meer in die kerkbank blijven zitten suffen, maar moest ik op zoek naar antwoorden en oplossingen.
Dank weer voor jullie opmerkingen.
Ik herken de ‘cognitieve dissonantie’, ook bij mezelf.
Dit typeert de (potentiele) emergers heel aardig, denk ik.
Over het tweede punt: Ik merk een onderscheid tussen (a) wat iemands VISIE is, bijv.: missional-emerging-mozaic-monastic zouden idealiter samen moeten gaan, op een bepaalde manier; en (b) wat FEITELIJK het geval is, nl. dat er – bijv. – emerging churches zijn die domweg niet monastisch zijn (zonder leefgemeenschap) of die puur blank zijn, wat toch een andere dynamiek geeft dan in een gemeente waarin meerdere etniciteiten aanwezig zijn, zoals bijv. in Mosaic, Los Angeles.
Op een abstracter niveau maken alle stromingen in elk geval deel uit van, laten we zeggen, een ‘alternatief’ voor de gevestigde kerken, een alternatief dat deels nog verder vorm moet krijgen, en dus nog ‘emerging’ is. Zoiets.
En ik houd het er op dat Hirsch et al wel deel uitmaken van de emerging church movement.
Nu is het zo dat ik nog twee concrete vragen heb, en ook ten aanzien daarvan ben ik erg belangstellend naar jullie reacties. Ze gaan over (1) leiderschap en (2) theologische opleidingen/training.
ad 1. In het algemeen heb ik de visie op leiderschap binnen de Emerging Church Movement als volgt samengevat: “(1) Churches should reduce their leading organs to a minimum. (2) The structures that are chosen should help increase adaptability and flexibility of the community in regard to their (missional) environment. (3) The structures should stimulate and facilitate the responsibility of each individual for the community as a whole, in order that leadership is shared and distributed.”
Klopt dit? Strookt dit met jouw eigen visie? Waarin wel/niet?
ad 2. Wat is er volgens jou nodig om mensen op te leiden om leiding te kunnen geven aan een emerging church, rekening houdend met wat hierboven staat? Is het nodig om theologie te studeren in bijv. Amsterdam, of Apeldoorn (Ned Geref en Chr geref) of heb je meer aan hbo, of is het eigenlijk helemaal niet zo nodig?
Wat zou er veranderd moeten worden in de theologische opleidingen?
Wat voor meningen over genoemde punten zie of hoor je breder in de emerging discussie, dus nog even los van jij zelf vindt, maar bijv. op blogs?
Misschien kom je er niet aan toe hoor, om hierop in te gaan. Maar dit houdt mij bezig – te meer omdat ik zelf een ‘opleider’ ben…
Als jullie nog veel closer betrokken raken bij het nadenken over deze vragen, dan heb je kans dat ik je met dank ga vermelden in mijn Preface :-)
geintje hoor, mijn research proposal is nog niet eens goedgekeurd, dus het is voorlopig nog even hobby…
Beste groet!
Robert
Vanuit de praktijk in de OASE:
Wij kennen geen leider in de zin van leiderschapspositie. Wel nemen enkelen van ons regelmatig initiatief en dit wordt wel of niet gevolgd met of zonder aanpassing door de groep. Iedereen, ongeacht opleidingsniveau of leeftijd neemt deel aan dit proces.
In geval van belangrijke beslissingen roepen we de hele groep bij elkaar en luisteren naar iedereen. Dat werkt natuurlijk alleen in een kleine groep die daar de discipline voor op kan brengen. Het stuk van “volgerschap” van Marc van Vuuren in Leadership vond ik dan ook geweldig!!
zie:
http://www.emergingchurches.nl/?p=145
Onze structuren zijn inderdaad zo dat iedereen kan deelnemen. Onze OASE’s (drie/vier keer kleine OASE en 1x grote OASE per maand) zijn interactief. Andere activiteiten zoals bij bijbelstudie of thema avonden heeft iedereen om de beurt de leiding.
En ja… onze structuren zijn zo ingericht dat buren en vrienden welkom zijn, maar ook iets kunnen bijdragen. Ook gasten nemen eten mee. We gaan niet een programma draaien voor een stel consumenten. Actieve participatie dus.
Over opleidingen:
- Ik denk dat Nederland vol zit met goed opgeleide mensen. Docenten, zakenlui, verpleegkundigen, managers, SPW-ers etc. Deze hebben vanuit hun praktijk en stages een prima opleiding om praktisch mee te participeren in het organiseren en draaien van zaken in een EC. Dat merk ik bij Emerging Netwerk Utrecht. We hebben onze eerste “intervisie” gehad van Nomaden Utrecht. Niet alleen theologen zijn daar aan het woord.
Toch denk ik dat theologische opleidingen belangrijk worden voor EC. Veel elementen uit de EC wereld zijn zwaar theologisch geladen. Uiteindelijk moeten er trainers of coaches zijn die plaatselijke EC-ers kunnen bijstaan. Academische vorming wat mij betreft. Dat kan natuurlijk via een HBO Bachelor. `
Ik zie leiderschap vooral als dienstbaar zijn. Belangrijkste taak van de leider m.i. is de heiligen toe te rusten tot hun taak: nl. zout en licht te zijn in de wereld, dienstbetoon, het grote gebod en de grote opdracht uitleven. Daarom zie ik onderwijs en toerusting als 1 van de belangrijkste taken van een leider van ‘de gemeente’. En dan is een theologische opleiding idd handig. Belangrijker nog is de relatie met Jezus van de leider en of die beproefd en geworteld is ( 1 Tim. 3:6).
Het is prima en nodig om mensen te hebben die kunnen organiseren, managen etc., maar daarmee kun je ook je doel voorbij schieten.
Ad 1. Prachtig verwoord, Robert. Ben het er erg mee eens! Voor mij persoonlijk (weet niet hoe breed dit gedragen wordt) zou ik er iets aan toe willen voegen over vermenigvuldiging. Leiderschap moet zo functioneren dat een gemeenschap sustainable is, en makkelijk te vermenigvuldigen. Juist ook daarom kleine gemeenschappen, geen opleidingseis voor een leider, en geen grote organisatie. Maar misschien past het vermenigvuldigingsdenken eerder bij simple church. Leve de wederzijdse bevruchting!
Ad 2. Ik ben derdejaars theologie in Utrecht, en tot nu toe heb ik bar weinig geleerd waar ik iets aan heb als leider. Nu zijn Amsterdam, Ede en Apeldoorn weer drie andere verhalen, dus daar kan ik niet zoveel over zeggen. Wel kan ik zeggen dat ik het een slechte zaak vind hoe de kerk de opleiding van leiders heeft gedelegeerd aan professionele instituten.
Een goede kerk is als Ajax, en moet het hebben van zijn eigen jeugdopleiding ^_^ Bijvoorbeeld bij Navigators kom je binnen als “sjaars”, en wordt er gekeken naar hoe betrokken mensen zijn en wat voor potentie ze hebben. Van daaruit worden ze gevraagd en getraind als kringleider of nestor (leider van dispuut/kringhuis van 25 mensen), en/of voor allerlei praktische commissies en/of voor het bestuur. In een paar jaar tijd kun je een traject doorlopen waarin je je eigen vaardigheden en geestelijk leven ontwikkeld. Enkelen worden gevraagd om fulltime voor Navigators te gaan werken, of diegene nu theoloog, jurist of juf is van opleiding.
Wat er volgens mij dus nodig is om mensen op te leiden zijn kerken die mensen ruimte geven om aan de slag te gaan, hen coachen, vormen, onderwijzen en stap voor stap laten ontwikkelen. Academische theologie is dus helemaal niet nodig om leiding te geven, eerder een sterke relatie met Jezus (go Daniel!) en goede Bijbelkennis.
Het idee van een theoloog als coach vind ik erg goed. Ook al kan iedereen leiderschap tonen, er zijn veel theologische issues waar we voor staan en het is handig om theologen aan boord te hebben die kaders scheppen, discussies voeren en leiden. Zo’n coach zou verbonden kunnen zijn aan meerdere gemeenschappen en netwerken, of freelance kunnen werken. Ik weet niet of het idee uitvoerbaar is, en hoe je zo’n coach kunt opleiden… maar het lijkt me een leuk idee!
ik sluit me bij Johan aan dat theologie wel heel handig is. het geeft leiders wat meer achtergrond in de discussies die gevoerd worden. Maar het moet zeker niet zo’n harde eis zijn als in de ‘institutionele kerken’. Misschien moet je ook kijken naar verschillende vormen van leiderschap. Inhoudelijk leiderschap (vertellen hoe het zit) is niet heel erg populair onder EC, maar je hebt natuurlijk altijd mensen nodig die het proces stroomlijnen.
ik denk dat je met flexibiliteit en gezamenlijk leiderschap twee belangrijke aspecten te pakken hebt. Daarbij komt natuurlijk altijd dat er een verschil is tussen wat we voor ogen hebben als ideaal, en de situatie zoals die nu is.
Bij wie ga je proberen het onderzoeksvoorstel in te dienen? Ben benieuwd.
Beste mensen,
Wederom boeiend jullie bijdragen te lezen, dank!
Gistermiddag hadden we op de Christelijke Hogeschool Ede (waar ik werk) een studiedag over ‘Ambt in beweging’. Hierin werd leiderschap voor een belangrijk deel gekoppeld aan ‘ambt’ (ook door evangelischen trouwens). Dat hoor ik jullie niet zo zeggen. Hoe denken jullie eigenlijk over ambten, speelt dit nog een rol in je denken, en zo ja, hoe precies? Of misschien het woord zelf niet, maar wel dat wat ermee wordt aangeduid – nl. dat binnen het algemeen priesterschap der gelovigen sommigen worden geroepen en aangesteld voor een bijzondere dienst die meestal een vorm van geestelijk leiderschap – en daarmee ook een vorm van een geestelijk ‘tegenover’ zijn – met zich mee brengt.
Nou, ik zie wel of je hier ook nog op wilt reageren.
De achtergrond van mijn vraag is eigenlijk een verkenning van de – wat ik noem – praktische ecclesiologie binnen emerging churches, en daar hoor iets als ‘ambtsleer’ (of hoe je dit ook wilt noemen), bij.
(Ik hoop mijn voorstel in december in te dienen bij Ruard Ganzevoort, Vrije Universiteit. Als het wordt goedgekeurd, gaat Sake Stoppels waarschijnlijk mede begeleiden.)
Er borrelt wel iets als “ambtsleer” maar het is niet erg helder. Ik zie een paar elementen:
1. mandaat vanuit de community bij inzet van gaven en rollen die daaruit voortvloeien (dus ook profeer, apostel, leraar, leider, herder etc.)
2. tot nu toe weet ik alleen van strik egalitaire visies, dus M/V invulling puur vanuit puntje 2. Kortom vrouw in het ambt is voor zover ik weet geen issue maar eigenlijk uitgangspunt.
3. aversie tegen ambt als: “Iemand tussen God en mij” vooral omdat in veel geref/evo/pinksto gemeentes het wel zo functioneert. Wegens de manipulatieve waanzin die een aantal “emergers” heeft meegemaakt zit er diep argwaan en gevoeligheid.
Nog even een paar gedachten:
- Omdat veel EC feitelijk “verhaal gestuurde gemeenschappen zijn”, (het verhaal van Koninkrijk en Jezus). Zijn het ook interpreterende gemeenschappen. Dit betekent oa dat iedereen particitpeert. Het “visie-leider-volger” model is maar ten dele van toepassing. Het is veel meer een model van “verhaal-gemeenschap” met binnen de gemeenschap rollen. Een leider is dan eerder coördinerend: ieder lid als geschapen naar gods beeld ruimte gevend. Het verhaal ligt dus in sterke mate buiten de gemeenschap en wordt geïnterpreteerd door de gemeenschap.
- er is veel ruimte voor mysterie/diversiteit, de claim is zelfs dat “het verhaal” niet rond te krijgen is, zeker modelmatige/rationele zin niet. Dan wordt het ook heel lastig om te zeggen “zo zit het! en zo doen we het dus!” Leiderschap wordt opeens heel anders in zo’n setting.
- Een in dit kader niet nadrukkelijk geuite gedachte is dat een gemeenschap niet groot hoeft te worden. “visie-leider-volger” gaat uit van sturing en dan groei. “verhaal-community” gaat uit van participatie in het Koninkrijk. Groei is geen betrouwbare indicator van het Koninkrijk (denk ik).
- Achter de kleine community zit dan weer een “netwerk van gemeenschappen” die de heilige katholieke gemeenschap vormen van het Koninkrijk.
Dit is een lastige, pratend vanuit onze eigen praktijk. Wij geloven in het priesterschap van alle gelovigen, maar zienhet wel als taak van het leiderschapsteam (noem hen ‘oudsten’, of ‘ambtsdragers’) om die priesters toe te rusten to hun taak en hen daarin voor te gaan. Wij stellen zeker wel voorwaarden aan deelname aan dit leiderschapsteam. Ons ideaalbeeld: mensen coachen tot discipelen/priesters; discipelen coachen tot leiders/ambtsdragers.
Dat wil dus niet zeggen dat de bezoekers geen verantwoordelijkheid kunnen dragen of een taak in de dienst kunnen hebben. Hierin proberen wij mensen juist zoveel mogelijk te betrekken en gavengericht te werken. Maar soms is het lastig: wat wel en wat niet?
Een redelijk traditionele invulling dus, hoewel wij verder gaan dan een gemiddelde evangelische gemeente. But then again: misschien zijn wij wel niet zo emerging ;-)
Ambt speelt zeker een rol in mijn denken. Het staat in de top tien van dingen die ik uit het bestaande kerksysteem zou willen slopen! Ten eerste is het woord niet Bijbels, maar afkomstig vanuit de cultuur. Denk maar aan het woord ambtenaar (Overigens is het Bijbelse woord ‘oudste’ ook afkomstig uit de cultuur). Ten tweede heeft het woord een lading die niet helpt. Het heeft een connectie met status, positie, en autoriteit, en creëert een scheiding tussen “ambtdragers” en “leken”.
Een paar voorbeelden. Een vriend van mij liep toen hij 19 was stage voor zijn studie GPW, en werd door 60-plussers met “u” aangesproken. Waarom? Omdat hij studeerde voor “een ambt”. Een andere theologiestudent drinkt graag erg veel bier, maar gaat daarmee stoppen als hij stage gaat lopen en mensen pastoraal gaat begeleiden, “want dan kan dat niet meer”. En nu blijkbaar wel? Ik vind het een bak onzin.
Desalniettemin denk ik dat in een sociale groep bepaalde mensen een centrale rol moeten spelen om dingen in beweging te brengen, visie te vormen en te verspreiden, enzovoorts. Ik denk dat we daarvoor het beste jargon kunnen gebruiken uit de hedendaagse cultuur, zoals kernteam en coördinator. Ik zie leiderschap als een werkwoord, een functie die iemand vervult, en die bij een andere gelegenheid door een ander kan worden vervuld. Een geestelijk leider mag in mijn ogen nooit een “geestelijk tegenover” zijn, maar een “geestelijk voorganger” (iemand die het voorbeeld geeft, die navolgenswaardig is) en een fundamentenlegger (iemand die ideeën spuit, initiatieven neemt, het smerige werk doet). We maken in mijn ogen nog veel te veel scheiding tussen “leek” en “geestelijke”, en veel te weinig werk van het “priesterschap van alle gelovigen”.
Ik kan me erg vinden in de woorden van Daniel, en vind het niet echt een traditionele invulling. Geen vroom geblaat over ambten, maar erop gericht zijn om mensen te vormen tot discipelen en priesters, en daar een goed functionerende structuur voor zoeken. Ik kan me ook erg goed vinden in het artikel “De ambtsleer knelt” in de nieuwste CV Koers (oktober 2008), het verwoordt heel goed vragen en moeiten die ook in mijn hart leven.
Ik wil me aansluiten bij de bijdrage van nico dirk. Emerging Churches zullen verhaal-gestuurde gemeenschappen zijn. De structuur en het leiderschap zijn dan ondergeschikt of dienstbaar aan de voortgang van het verhaal. God bouwt zijn koninkrijk en de Geest herstelt en vormt een alternatieve gemeenschap.
Wel zie ik praktische aanknopingspunten voor leiderschap in Emerging churches:
- er moet veiligheid worden gecreëerd. Een groep kan niet zomaar alles gaan roepen, omdat bepaalde extreme standpunten of slechte communicatie de veilige ruimte kunnen verkleinen. Je moet het oneens kunnen zijn.
- er moet initiatief worden genomen en er moet kwaliteit van volgerschap zijn. Kritisch, maar ook participerend als het initiatief goed is.
- er moet interpretatie zijn: het verhaal van God vraagt om buitengewoon veel creatief vermogen. Als het in de bijbel staat wil dat nog niet zeggen dat het “woord voor vandaag” is. Profetische en onderwijs gaven komen hier om de hoek kijken.
- omdat er een veelheid aan interpretatie is, moet er geoefend worden in interpreteren. EC onderwijs zal dus moet weten waar de kaders voor interpretatie liggen.
Een goed voorbeeld vind ik Andrew Perriman’s Open Source Theology site.
Het is inderdaad een uitgebreid artikel, en er zijn al zoveel kanttekeningen gemaakt dat ik er geen behoefte aan heb om daar nog aan toe te voegen.
De omschrijving van Gibbs en Bolger, waar het artikel zo ongeveer mee begint, wordt een erg algemene definitie genoemd. Ik vind ‘gemeenschappen die de weg van Jezus praktiseren in postmoderne culturen’ in zijn algemeenheid juist heel erg duidelijk.
In deze omschrijving herken ik mijzelf voor 100%, terwijl ik bij de uitgebreide definitie op alle punten denk: “herken ik mezelf daarin wel?” Dat begint al bij het “21e eeuwse”, want bij mij ligt het begin van mijn ‘on’kerkelijk denken al ruimschoots in de 20e.
En hoe meer specificaties, hoe gemakkelijker je er op kunt worden aangevallen.




Schrijf een reactie