Recensie: “Oorlog om de waarheid”
Recent heeft Het Zoeklicht het boek “Oorlog om de waarheid” van John McArthur uitgegeven. John McArthur is geen onbekende in de Amerikaanse evangelicale subcultuur. Hij staat bekend om de scherpe manier waarop hij z’n orthodoxe opinie communiceert. Ook in “Oorlog om de waarheid” stelt hij zowel vriend als vijand niet teleur, en dat maakt een goede recensie erg lastig.
Recent schreef Aad Kampsteeg in CV Koers bescheiden kritische woorden in een verder waarderende column. Ik ben negatiever: ik ben zeer ongelukkig met het boek. Niet omdat ik het oneens ben met John McArthur (al ben ik dat wel), maar omdat het een argwanend boek is vol grove oorlogsmetaforen.
McArthur geeft een globale schets van een aantal ketterijen in de kerkgeschiedenis en meent in de emerging church de meest recente aanval op de gemeente van Christus te herkennen. Daarbij trekt hij fors van leer tegen wat hij ziet als het verzwakte en kwetsbare evangelicalisme dat niet durft op te staan tegenover deze nieuwste aanval op de waarheid.
McArthur begint in hoofdstuk 1 met een schets van de huidige postmoderne cultuur. Hij geeft een kort overzicht van de ‘paradigmawisseling’ van de moderniteit naar de postmoderniteit. Daarbij schetst hij als hoofdkenmerk van de postmoderne cultuur dat zij sceptisch is over de waarheid. Vervolgens roept McArthur in hoofdstuk 2 christenen op te geestelijk te strijden voor de waarheid, omdat deze essentieel is voor het christelijk geloof. Afvalligheid van ‘de waarheid’ is een bedreiging die extra gevaarlijk is omdat het evangelicalisme verzwakt is. In hoofdstuk 3 legt McArthur de theologische basis voor deze strijd in de brief van Judas om vervolgens in hoofdstuk 4 in te zoomen op het ’stilletjes binnen dringen van de dwaallerraars’ waarbij hij met name de judaïsten en gnostici noemt. In hoofdstuk 5 gaat hij daarmee verder door het sabellianisme en het Arianisme te bespreken. In hoofstuk 6 gaat McArthur verder met de soevereiniteit van God waaronder ook de dwaalleraars vallen: het ‘zero tolerance’ beleid van God inzake dwaalleer en het herkennen van dwaalleraars. In hoofdstuk 7 maakt hij een overstap naar het gezag van Jezus. McArthur meent dat omdat Jezus niet meer het centrale gezag heeft, de evangelicale wereld ‘een rommeltje’ is geworden. Hij geeft aandacht aan het hoofdschap van Christus en zet de complementarian visie op man-vrouw neer (visie dat man en vrouw gelijkwaardig en aanvullend zijn, waarbij het leiderschap aan de man is voorbehouden). Volgens McArthur is morrelen hieraan morrelen aan het gezag van Christus. In hoofstuk 8 sluit McArthur af met een aanmoediging om te strijden voor de waarheid in de gemeente van Christus, die primair van binnenuit bedreigd wordt door de dwaalleer van het postmoderne relativisme.
In het boek neemt John McArthur stelling tegen alles en iedereen die, volgens hem, de waarheid ontkent, betwijfelt of in gevaar brengt. Naar zijn mening is de waarheid “dategene wat consistent is met de gedachten, de wil, het karakter, de heerlijkheid en het wezen van God ” (p.30). En hij schrijft: ”De waarheid is niet iemands mening of verbeelding. De waarheid is wat God besluit. En Hij heeft ons in Zijn Woord een onfeilbare bron van waarheid geschonken. Voor een waar christen hoeft dit geen ingewikkelde zaak te zijn. Gods woord is alles wat voorgangers en gemeenteleiders hebben te proclameren, te pas en te onpas, als het goed ontvangen wordt en als het niet goed valt (2 Tim. 4:2). Elke christen heeft de opdracht het te lezen, erover na te denken en het recht te snijden. En Christus roept ons op en daagt ons uit om het tot aan de einden der aarde te leren en te verkondingen.” (p.195)
Het is verbazend hoe McArthur omgaat met ‘de waarheid’. Hij meent (terecht) dat het rationalisme van de Verlichting z’n langste tijd gehad heeft. Hij maakt vervolgens een verrassende move door de gehele epistomologie ‘in God’ te plaatsen. Vervolgens is de bijbel volgens hem Gods Woord en moeten we dat weer logisch en eenvoudig lezen, hierbij komt het rationalisme gewoon weer terug in de vorm van het christelijk fundamentalisme uit de vorige eeuw. Kortom, via de achterdeur zitten we toch weer in het schuitje van de Verlichting.
In zijn schets van zowel het postmodernisme, de emerging church als het evangelicalisme is - naar mijn mening - McArthur te snel, te grof en te scherp. Daarmee valt het gehele motief van het boek weg. Daarnaast zet John McArthur z’n gehele boek neer vanuit de oorlogsmetafoor. Hij zegt expliciet dat fysiek geweld niet toegestaan is, maar verder staat het gehele boek vol opdrachten tot strijd, associaties van geweld en met een continue angst voor dood en verderf. Ik meen dat hij daarmee de lezer geen enkele dienst bewijst, integendeel: ik meen dat hij daarmee haaks staat op het Koninkrijk van God.
De missionaire/emerging/gemeentestichtende context in Nederland is veelkleurig. Ze heeft een geschiedenis van Voetius tot aan Verkuyl, vandaag omvat ze boeken als Plant een kerk, Als de kerk (opnieuw) begint, Jezus in de Millinx, De Ontdekking van het Koninkrijk, Emergingchurches.nl, Ploeteren & Pionieren en Van de Kaart. Deze boeken zijn van de hand van schrijvers die het niet altijd met elkaar eens zijn, maar wel een respectvol gesprek met elkaar kunnen voeren. Het zijn schrijvers die geen oorlog prediken maar de vrede zoeken van Gods Koninkrijk.
Opinie, Publicaties | 20 mei 2009 | Nico-Dirk van Loo | Reacties: 3
Reacties
Nico-Dirk, dit is toch geen recensie. Dit is een korte (negatieve) typering van een boek, waardoor ik geen enkel beeld krijg van waar het boek nou eigenlijk over gaat. Goedbeschouwd wijdt je 5 regels aan het boek en geef je verder je eigen opvattingen. Die opvattingen van jou zijn ongetwijfeld relevanter en uitdagender dan die van McArthur, maar daar zijn recensies niet voor. Daarvoor moet je gaan bloggen.
Martijn, je hebt een goed punt, ik bak m’m effe om.
sweet!




Schrijf een reactie